Liep af
afgelopen
Adjectivevorige tijd
- verleden, voorbijgaand in de tijdHet verleden lijkt soms zo ver weg.
- afgerond of beëindigd zijnHet examen is eindelijk afgerond.
- ten einde, niet meer voortzettendDe vergadering is ten einde.
aflopen
Verbbeëindigen
- ten einde komen, eindigenHet verhaal eindigt gelukkig.
- gebeuren, tot een resultaat komenDe cursus is succesvol afgelopen.
- om iets heen lopen of zich naar beneden bewegenHet pad gaat naar de struiken.
- iets dat uitwerking verliest, minder actueel wordtHet abonnement verloopt binnenkort.